Main menu:
Familienieuws
Herinnering aan Paul Ghijselinck
Rustig en bedaard. Zo hebben wij Paul gekend.
Bezadigd ook, en wijs, doorkneed in zijn vak, Nederlands, dat hij met enthousiasme in zowel BSO, TSO en ASO ontvouwde tot een blikopener op de wereld.
Dertig jaar lang bijna stond hij bij ons voor de klas. Hij kende dus het klappen van de zweep, al had hij geen zweep nodig.
Paul straalde een natuurlijk gezag uit: stressbestendig en realist genoeg om de kleine ongemakken van het dagelijkse schoolleven te relativeren. Dikdoenerij of sensatiezucht maakten geen kans bij hem, niet bij collega's en niet bij de leerlingen. Zo werd hij alom gerespecteerd: om zijn trefzeker antwoord. Met één laconieke opmerking zette hij de lawaaimaker op zijn plaats.
Want botsen was niet zijn stijl.
Weinig woorden, maar doortastend als het moest. Zo hebben wij Paul gekend.
Ook buiten de lestijden zette Paul zich in voor de school: talloze jaren organiseerde hij de opendeurdagen; en als fotograaf, op schoolfeesten, op studie-uitstappen of schoolreizen wist hij menig leerling of leerkracht op grappige wijze te verschalken. Want hij hield vooral van de spontane leute, de gemoedelijkheid en de gezelligheid. Ook op school. Samen met collega's kruiswoordraadsels oplossen of zijn oor te luisteren leggen naar een collega en wijze raad geven. Of vertellen over zijn buitenlandse reizen met Martine in zijn -wat hij noemde- 'zijn privé-luxe-hotel': een schuimrubber matras bovenop de LPG-tank van zijn Volkswagen. Avontuur liever dan luxe. Niet om daarover op te scheppen, want zelf eiste hij nooit de aandacht op. Hij had liever dat anderen hun ding konden doen.
Sober en bescheiden. Zo hebben wij Paul gekend.
En dienstvaardig. Dienstvaardigheid zonder wederdienst.
Jarenlang knipte hij voor een collega de schaakrubriek uit zijn tijdschrift. Tientallen keren nodigde hij collega's bij hem thuis uit en als hij hen zijn zelf bereide gerechten kon voorschotelen, blonk zijn grote voorhoofd van plezier.
Zijn legendarische spaghetti-avonden groeiden uit tot ware gastronomische belevenissen, waar collega's terecht naar uitkeken.
En al had Paul geen drie Michelin-sterren, toch werd hij door de leerlingen tot de lekkerste kok van het VLIO, toen nog 'Landbouwschool', uitgeroepen: tijdens de zomervakantie van 1976 en 1977 verzorgde hij de keuken van het schoolbivak in het Waalse Lorcé en Mirwart.
Uit idealisme? Nee. Want een dromer was hij niet. En een asceet al evenmin.
Want Paul hield van de kleine dingen van het grote leven.
Maar hij sprak filosofisch liever over de grote dingen van het kleine leven: zijn gezin, een lekker etentje met vrienden, een reis, zijn dagdagelijkse lessen op school. Maar alles met mate.
Daarom hebben wij Paul bewonderd.
En dan: begin januari 2005. Een tijdje al was er iets in Paul veranderd. Hij ontweek het gesprek dat hij vroeger zo graag volgde. Er was iets mis. Iets ergs. Een tijdlang kon hij het nog verstoppen. Wat later moest hij noodgedwongen onze groep verlaten. Onze stille kracht uit de leraarszaal was weg. Voorgoed.
Voor ons, die Paul als collega en als vriend gekend hebben, wordt zijn overlijden een gemis. Maar hoeveel erger is dit overlijden voor Martine, voor Thomas, voor zijn moeder, broers, zus, schoonvader en familie, die hem zo veel intiemer en zo veel langer gekend hebben.
Maar ook voor ons, directie, leerkrachten en leerlingen van het VLIO, heeft Paul veel betekend.
Wij bieden hierbij de familie onze welgemeende deelneming aan.